Over De Dood
Wie de dood kent, leeft anders
Vier ervaringen van sterfbedvisioenen

Ervaring 1

Een stervensbegeleider schreef me over rituele wassingen en het energetisch kleden van stervenden. Dit werd verzorgd door wezens van licht.

Ervaring 2

Er zijn sterfbedvisioenen bekend waarin ook de mensen om de stervende heen iets waarnemen wat samen lijkt te hangen met het stervensproces. Soms gaat dit om onverklaarbare, prachtige melodieën of om het zien van engelachtige wezens. Maar in bepaalde gevallen neemt de betrokkene iets waar wat hij of zij van te voren nog niet wist en wat later blijkt te kloppen met de feiten.

Een bekend geval van dit type betreft een verpleegster uit New York, Margaret Moser genaamd. In de winter van 1948 op 1949 verpleegde zij een zieke oudere dame, Mrs. Rose B. Op een dag zat ze met haar gezicht naar het bed van haar patiënte toe te werken, toen ze plotseling een onbekende oude vrouw naar de zieke toe zag lopen. De vrouw leek veel op Rose, maar ze had een langere neus en een zwaardere kin. Toen Moser opstond en zelf naar het bed toeliep, was de vrouw opeens weer verdwenen. Mrs. B. zag er erg gelukkig uit en pakte Margarets hand vast met de woorden: "Dat was mijn zuster". Later zag de verpleegkundige dezelfde verschijning nog twee keer. Een paar weken daarna stierf Rose B. en op de begrafenis zag Moser een man die sprekend op de verschijning leek en die haar zoon bleek te zijn.

Ervaring 3

Stichting Athanasia bestudeerde de ervaring van een Nederlandse vrouw, Neska Ong A Kwien, die tijdens een soort visioen aan het ziekbed van haar moeder zag hoe deze voor een keuze werd gesteld. Ze moest kiezen tussen deze wereld en het hiernamaals. Ze zag daarbij hoe haar ernstig zieke moeder in een geestelijke wereld werd opgewacht door haar ouders en een onbekend meisje. Neska schreef ons in dit verband: “ Ik kon haar beschrijven als een meisje met halflang blond/bruin haar en met een jurkje aan met strak bovenlijfje en wijd rokje van geruite stof. Ik had als naam iets van Wiesje.” Later bleek dat haar moeder een zus had gehad die voor haar tweede jaar was overleden en Wiepke heette. Haar moeder koos er overigens kennelijk voor om door te gaan met haar aardse leven. Ze kon zo tegenover ons bevestigen dat ze nooit over dit meisje had gepraat met Neska, omdat haar ouders kort na de dood van Wiepke weer een dochtertje hadden gekregen die ze dezelfde naam hadden gegeven.

(Ervaring 2 en 3 zijn overgenomen van de Stichting Athanasia met toestemming van Titus Rivas.)

Ervaring 4

Een officieel genoteerd sterfbedvisioen.

Dit is een bijzonder, maar tevens één van het oudste officieel genoteerde sterfbedvisioen. Het was pas in 1920 dat deze vreemde en bijzondere visioenen in de belangstelling kwamen. De eerste die een poging waagde om daar een serieuze wetenschappelijke studie van te maken, was Sir William Barrett, een professor in de natuurkunde aan het Royal College of Science in Dublin. De interesse van Sir William werd gewekt door een bijzondere ervaring van zijn vrouw, Lady Barrett die verloskundige was. Zij werd naar de operatiekamer geroepen om te helpen bij een bevalling van een jonge vrouw die Doris heette ( haar achternaam werd in het rapport niet vermeld). Hoewel het kindje gezond werd geboren, stierf moeder Doris aan een niet te stelpen bloeding.

Lady Barrett beschreef hoe de stervende vrouw visioenen begon te zien:

Plotseling keek ze opmerkzaam naar een bepaald deel van de kamer, een stralende glimlach verlichtte haar hele wezen. ‘ Oh, wat mooi, wat mooi’, zei ze. Toen haar werd gevraagd wat ze als  ‘mooi’ zag, antwoordde ze : ‘Lieflijke schittering en prachtige wezens’. Een ogenblik later riep ze uit: ‘Waarom? Daar is Papa! Oh, hij is zo blij dat ik kom, hij is zó blij. Het zou helemaal perfect zijn als  W.( haar echtgenoot) ook hier zou komen.’

Even later beschreef Lady Barrett  hoe Doris weer tegen haar vader begon te spreken en zei: ‘Ik kom er aan’ en dat ze, terwijl ze haar hoofd naar Lady Barrett toe draaide, er aan toevoegde: ‘O, hij is zo dichtbij’. Toen voegde ze er nog vragend aan toe, ‘Hij heeft Vida bij zich, Vida is bij hem’

Die laatste opmerking zorgde ervoor dat Sir William de hele gebeurtenis zeer serieus nam. Vida was namelijk de zus van Doris: en die twee waren heel close met elkaar. Hoewel Vida drie weken daarvoor was overleden, had men dat Doris niet verteld vanwege haar zorgelijke toestand. Het feit dat Doris haar zus had gezien in die ‘andere wereld’, haar zus Vida die zo ver als Doris wist helemaal gezond en levend was, en die ze gezien had in gezelschap van hun vader van wie ze wèl wist dat hij dood was, overtuigde Sir William dat hij dit incident niet als onbetekenend kon afwijzen. In feite maakt het zo’n indruk op hem dat hij daarna soortgelijke ervaringen ging verzamelen. In 1926 publiceerde hij zijn boek: “Deathbed Visions” (“Sterfbedvisioenen”), en daarin trok Sir William de conclusie dat deze ervaringen niet zo maar een bijproduct waren van een stervend brein, maar dat ze beslist ook gebeurden als de stervende zeer helder van geest was.

(Dit is een verhaal uit het in 2008 in Engeland verschenen boek The Art of Dying, (op blz. 4 en 5), dat geschreven is door de neuro-psychiater Dr. Peter Fenwick en zijn vrouw Elizabeth Fenwick. Vertaling, Marja Lensink)