Over de dood . nl

de site die de dood bespreekbaar maakt

Stel je eens voor …..

Verhalen over de dood

De dood stelt niets voor

Ik ben alleen de volgende kamer binnengeglipt. Ik ben ik en jij bent jij. Wat we voor elkaar betekend hebben, dat is er nog steeds.

Noem me bij mijn oude vertrouwde naam. Spreek ongedwongen tegen me, zoals je altijd deed. Laat je stem hetzelfde klinken. Doe niet geforceerd plechtstatig of verdrietig. Lach zoals we altijd hebben gelachen om de kleine grapjes die we samen maakten.

Bid. Glimlach en denk aan mij. Bid voor mij. Spreek gewoon over mij net als vroeger. Laat mijn naam worden uitgesproken zonder bijbedoeling, zonder een spoortje schaduw.

Het leven betekent alles wat het altijd heeft betekend. Het is zoals het altijd is geweest. Er is een ononderbroken continuïteit.

Waarom zou ik uit het hart zijn, omdat ik uit het oog ben? Ik wacht op jou, een korte tussentijd, ergens heel dichtbij – vlak om de hoek.

Alles is goed.

Uit: Wat te doen als je dood bent – Craig Hamilton-Parker (schrijver is anoniem)

 

De hemel en de hel

Ik zal u de hel laten zien, zegt de Heer en hij brengt de rabbijn in een kamer waarin het midden een heel grote, ronde tafel staat. De mensen die er zitten zijn uitgehongerd en wanhopig. Midden op de tafel staat een grote pan met hutspot, genoeg voor iedereen. Het ruikt verrukkelijk en het water loopt de rabbijn in de mond.

Al de mensen rond de tafel hebben lepels met een enorm lange steel. Ze kunnen er precies mee bij de pan komen om er een schep uit te nemen, maar, omdat de stelen langer zijn dan hun armen, kunnen ze het eten niet in hun mond krijgen.

De rabbijn ziet hoe vreselijk dit voor hen is.

Nu zal ik u de hemel laten zien, zegt de Heer en ze gaan een andere kamer binnen.

Daar staat zo’n zelfde tafel en daarop zo’n zelfde pan met hutspot. De mensen hebben net als zojuist, net zulke lepels met lange stelen, maar ze zien er goed doorvoed uit en stevig, ze lachen en praten. Eerst begrijpt de rabbijn er niets van.

Het is heel eenvoudig, zegt de Heer, maar er is wat kunde voor nodig.

Ziet u, ze hebben geleerd elkaar te voeren.

(schrijver is anoniem)

 

Sprookje over de ziel

(De weg opgaan is de weg van neergaan = langs dezelfde weg waarop de ziel naar de aarde is ingedaald zal ze ook weer op moeten stijgen).

Eenvoudig sprookje om dit te illustreren.

In een zonovergoten dal in een ver land, waar de mensen nog gewend zijn in natuurlijke staat en harmonie met elkaar te leven, woont een ondernemende jonge vrouw. Op een dag vat ze het plan op een tocht naar de bergen te maken. Ze vertrekt, naakt, zonder ook maar iets mee te nemen. Iedere dag komt ze in een ander landschap, waar ze een ander ras aantreft, en waar ze gevoed wordt. Ieder dag wordt het kouder en trekt ze meer kleren aan. Zeven dagen duurt de tocht, zeven landschappen heeft ze gezien en 7 lagen kleren heeft ze over elkaar aangetrokken om de kou te trotseren. En aldus arriveert ze op haar eindbestemming: een blokhut in de bergen.

Ongelukkigerwijze sneeuwt ze in en moet ze de winter alleen, zonder hulp, doorworstelen. Ze verkeert in kommervolle omstandigheden en is dagelijks druk in de weer om in leven te blijven (houthakken voor het vuur; jagen om iets te eten; etc.). Heimwee naar het zonovergoten dal bedrukt haar. Gelukkig wordt het lente. De sneeuw smelt en de bedroefde jonge vrouw ijlt als het ware naar beneden; in één adem rent ze door de 7 sferen van de verschillende landschappen, in iedere sfeer een kledingstuk achterlatend. Dan staat ze voor de rivier die het zonnige dorp van haar jeugd scheidt van de landschappen waar ze doorgetrokken is. Ze werpt haar laatst kledingstukken af en springt in het heldere water. Met krachtige slagen zwemt ze naar de overkant.

Thuis.

 

Uit: De Drie Stèles van Seth

Alle rechten

voorbehouden

 

© Yolanda Rijks

 

Contactgegevens:

E-mail:

info@overdedood.nl